Beste ouder,

 

 

 

Zoals u wellicht weet, besteden wij op school aandacht aan het zich goed voelen binnen de groep. Samen met de kinderen trachten wij een veilige omgeving te creëren waarin elkeen zich goed voelt.

 

 

 

Dit doen we ondermeer door preventief optreden :

 

 

 

-       een duidelijke schooleigen antipestbeleid te hebben (zie visietekst schoolwerkplan) en dit na te leven

 

-       het zinvol invullen van de speeltijden a.d.h.v. speelkoffers en een spelaanbod tijdens de middagpauze

 

-       gericht toezicht door de leerkrachten tijdens speeltijden en vrije momenten

 

-       het jaarlijks inlassen van specifieke lessen rond pesten tijdens de maand februari (antipestweek)

 

-       het luisteren naar de kinderen wanneer ze zich niet goed voelen in hun vel

 

-       het gehoor geven aan kinderen m.b.t. ideeën in het kader van het antipestbeleid

 

-       bij aanvang van elk schooljaar herhalen van de concrete afspraken om pesten tegen te gaan a.d.h.v. een specifieke lessenreeks

 

-       jaarlijks de gemaakte afspraken vastleggen in een gedragscode die wordt ondertekend door de kinderen.

 

 

 

 

 

Binnen een veilige omgeving is er ruimte voor een plagerij of ruzie, maar nooit voor pesten. Plagen stopt waar pesten begint…

 

 

 

 

 

Tussen plagen en pesten ligt een wereld van verschil. Plagen gebeurt vaak éénmalig en steeds op vriendschappelijke basis. Je plaagt bijvoorbeeld je vriend of vriendin omdat je die graag ziet. (Meisjes plagen is liefde vragen, remember?)

 

 

 

Pesten echter is een vorm van antisociaal gedrag door kinderen/jongeren met onvoldoende of ongepaste sociale vaardigheden. Pesten gebeurt bewust en is gericht op één of meer mensen. De pester wil dat de gepeste persoon zich gekwetst, vernederd, afgewezen, genegeerd voelt. Pesten houdt ook nooit op bij die ene keer. Sommige jongeren worden dagen, weken, jaren getreiterd en gekleineerd door pestkoppen die daar zin in hebben.

 

 

 

Iemand van zijn fiets aftrekken: dat kan plagen zijn. Maar ook pesten. Het is plagen als de kinderen aan elkaar gewaagd zijn: de ene keer doet de een iets onaardigs, een volgende keer is het een ander. Het is een spelletje, niet altijd leuk, maar nooit echt bedreigend. Door elkaar te plagen leren kinderen om met conflicten om te gaan. Het hoort bij het groot worden.

 

 

 

Vooreerst zijn er de passieve slachtoffers: kinderen die zonder zelf de aanleiding te geven meer kans lopen om gepest te worden dan de gemiddelde leerling. Daarnaast zijn er ook de provocerende slachtoffers: zij vertonen vaak agressief of afwijkend sociaal gedrag waardoor ze irritatie en spanning in de omgeving oproepen. In beide gevallen willen we als school optreden want pesten wordt niet aanvaard!

 

 

 

Als ondanks de preventieve maatregelen toch een pestsituatie ontstaat, kiezen we voor een methode om krachtdadig op te treden bij pesten, nl. de No Blame –aanpak: een methode die in 1991 in Engeland is ontwikkeld en met succes blijkt te werken.

 

 

 

Bij elk No-Blame gesprek worden de ouders via een brief op de hoogte gebracht.

 

 

 

Uit het boek ‘Een schreeuw om hulp. De No Blame-aanpak bij pesten’ – George Robinson & Barbara Maines, uitgeverij Bakermat/Jeugd en vrede vzw vatten we volgende informatie samen:

 

 

 

Wat zit er in de benaming?

 

 

 

De No Blame-aanpak werd in 1991 bedacht als reactie op een specifiek verzoek om het lijden van een jongen te helpen verlichten. Die ingreep was een reactie op een crisis en de naam is overhaast gekozen. Hoewel ‘No Blame’ (geen schuld) een belangrijk onderdeel is, bevat de procedure andere essentiële elementen:

 

 

  • aanmoedigen van inlevingsvermogen
  • gedeelde verantwoordelijkheid
  • probleemoplossend

 

 

 

Geen van deze elementen is af te leiden uit de benaming en als de procedure opnieuw gestart kon worden, zou er wellicht een andere naam gekozen worden.

 

 

 

Kritiek op de No-Blame-aanpak

 

 

 

Reeds van bij het begin kreeg de No Blame-aanpak heel wat goeie reacties, maar naast veel lof heeft deze aanpak ook al heel wat kritiek teweeg gebracht. De kritiek lijkt twee oorzaken te hebben:

 

  •  Een oprecht misverstand: het idee dat we de pester zijn gang laten gaan – of zelfs het slachtoffer de schuld zouden geven – omdat we een niet-bestraffende aanpak voorstellen

 

 

 

     Eric Jones wordt geciteerd in de Sunday Times (14/11/’93):

 

“Ouders willen gerechtigheid en actie. Als jongeren iets verkeerd doen, moeten ze de gevolgen dragen. We moeten ze geen schouderklopje geven en zeggen: “Niemand is schuldig.”

 

  •  De overtuiging waar sommigen voor staan, gesteund door Kidscape (een Engelse preventieorganisatie), dat pesten wordt gedaan door ‘slechte’ mensen ten overstaan van ‘zwakke’ mensen en dat een bestraffende en ‘brandmerkende’ aanpak het probleem zal oplossen.

“Volgens mij zal de No Blame-aanpak de houding versterken van crapuul, hooligans en nietsnutten die nooit schuld of verantwoordelijkheid voor hun daden op zich nemen.”

 

 

 

Deze kritiek is volledig naast de kwestie. Er wordt niet beweerd dat de No Blame-aanpak de enige methode is die werkt, maar ervaring heeft wel geleerd dat het meestal de meest doeltreffende en de, voor het slachtoffer, minst risicovolle methode is. Er wordt niet beweerd dat elke andere methode ‘verkeerd’ is (hoewel we heel bezorgd zijn omwille van de schade die kan ontstaan ten gevolge van bestraffende en ‘brandmerkende’ methodes, zoals ‘pestrechtbanken’).

 

 

 

Wat wel wordt gezegd, is dat deze methode eenvoudig is, gemakkelijk om toe te passen en duidelijk en bovendien steunt op een stevige en duidelijke filosofie die past bij de principes van onze school. Bovendien is de methode al door honderden leerkrachten mét succes toegepast. Sommigen van hen waren voordien uiterst sceptisch. Hun verhalen spreken voor zich, ze zijn direct en overtuigend. We denken dat deze methode succesvol is omdat ze het belang en de kracht van groepsprocessen erkent en er gebruik van maakt, omdat ze eenvoudig is en geen obscure of geheimzinnige expertise vraagt, én omdat het voor druk bezette mensen een realistische methode is. Hier zou onderzoek op grote schaal natuurlijk klaarheid kunnen scheppen, maar dat is voor ons niet het belangrijkste.

 

 

 

 

 

Hoe komt het dat het werkt?

 

 

 

Inlevingsvermogen en onzelfzuchtigheid

 

 

 

Toen deze aanpak werd ontwikkeld, werd er op zoek gegaan naar een proces dat een empathische reactie zou losweken bij de pesters en de rest van de groep. In de meeste gevallen is dit ook gebeurd. In sommige gevallen kan het gebeuren dat de pester helemaal geen zorg voelt voor zijn slachtoffer, maar als enkele groepsleden de pijn van het slachtoffer begrijpen, zorgen zij voor de ondersteuning. Het is soms genoeg dat slechts een of twee mensen vriendelijk reageren om het gevoel van isolement en pijn van het slachtoffer te verlichten.

 

 

 

Macht

 

 

 

De tussenkomst beïnvloedt de groepsdynamiek. Zelfs indien de pester zijn gedrag niet wil veranderen, nemen de anderen de macht over van de pester door de uitspraken over hun goede intenties. Voor de pester wordt het moeilijk om het kwetsende gedrag verder te zetten, door het contrast met de ondersteuning die de rest van de groep wil bieden.

 

 

 

De ik-taal van intentie

 

 

 

De gewone patronen van ‘leerkrachtentaal’ die worden gebruikt om ongepast/gewenst gedrag aan te pakken, worden door Gordon (1974) beschreven als ‘jij-boodschappen’ (Als je dat nog eens doet… - Waarom gedraag jij je zo? - …). De suggesties ter ondersteuning van de leerlingen worden geformuleerd in de ik-taal van intentie (Ik ga hem bij me thuis uitnodigen. – Ik ga tijdens de pauze met hem voetballen. - …) en drukken een belangrijke verschuiving van het externe naar het interne gebeuren uit.

 

 

 

Probleemoplossend

 

 

 

De aanpak wordt heel snel probleemoplossend. Door jongeren bij het proces te betrekken ontstaat er een veel positievere atmosfeer dan bij traditionele onderzoeken en negatief gerichte methodes. Zodra ze met suggesties komen, kan je daarop positieve commentaar geven en op het einde kan je de groep bedanken voor hun hulp.

 

 

 

 

 

De No Blame-methode op onze school: samenvatting stappenplan

 

 

 

Stap1: Melding

 

 

 

Het pesten kan gemeld worden via:               

- brief

- mondelinge melding

- ouders

 

 

 

Stap 2: Ingaan op meldingen: filteren

Situatie binnen de klasgroep aftasten en juist inschatten:              

- ruzie

 

- plagerij

 

- pesten

 

 

 

Stap 3: No-Blame gesprek

 

 

 

3.1 gesprek met slachtoffer

 

 

 

  • Informatie vragen:

 

           - grote lijnen over wat er juist gebeurt

 

           - betrokkenen (pester, meeloper, vrienden)

 

           - effect op gepeste

 

 

 

  • Uitleg geven over de aanpak:

 

                 - pesters worden niet gestraft, pesten moet wel stoppen

 

                 - afspreken met gepeste wat wel/niet mag verteld worden

 

 

 

 

 

3.2 gesprek met betrokken pester(s), meeloper(s), toeschouwer(s)

 

 

 

  • Slachtoffer neemt niet deel aan het gesprek.

 

 

 

3.3 probleem voorleggen

 

 

 

  • Geen schuldbespreking, geen feiten, wel bespreking van beleving/gevoelens slachtoffer.

 

 

 

3.4 verantwoordelijkheid delen

 

 

 

  • Oproep tot medeverantwoordelijkheid

 

 

 

3.5 voorstel tot handelen

 

 

 

  • Elk groepslid stelt een handeling (concreet, realistisch) voor.
  • Voorstellen dienen geformuleerd te worden vanuit een ik-boodschap.

 

 

 

3.6 voorstel realiseren door de betrokkenen

 

 

 

3.7 evaluatie

 

  • Individuele, korte gesprekken na + 1 week
  • Indien positieve evaluatie: verdere opvolging van positieve evolutie d.m.v. evaluatiegesprekken op regelmatige basis.
  • Indien negatieve evaluatie: herhaling van stap 3.1 t.e.m. stap 3.7. Indien evaluatie opnieuw negatief is: overgaan naar stap 4

 

 

 

Stap 4: Gesprek met ouders van de pester

 

 

 

4.1 Gesprek zonder kind

 

 

 

4.2 Gesprek in het bijzin van het kind

 

 

 

Stap 5: Opvolgingsgesprek met ouders, directie en klasleerkracht

 

 

 

Indien evaluatie positief: einde opvolging

 

Indien evaluatie negatief: overgaan naar stap 6

 

 

 

Stap 6: Opvolgingsgesprek met externe hulpverlening

 

 

 

Opvolgingsgesprek met kind, ouders, klasleerkracht, directie, CLB, externe zorgverlener…

 

 

 

 

 

Met de juiste tussenkomsten de slachtoffers en pesters effectief helpen, dat is het hoofddoel van ons antipestbeleid.

 

 

 

We hopen dat u zich achter dit antipestbeleid kan scharen.

 

 

 

In bijlage vindt u nog een signaallijst die u kan helpen om een pester, meeloper, gepeste te herkennen.

 

 

 

 

 

 

 

U kan deze en verdere info terugvinden op de website van de school.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Met vriendelijke groeten,

 

 

 

Het schoolteam

© 2017 Vrije Basisschool Elversele.