Relatiewijzen

De menselijke gedragingen zouden in een onoverzichtelijk aantal categorieën kunnen worden onderverdeeld. Om het eenvoudig te houden wordt er met de axenroos een onderverdeling gemaakt in een tiental grote categorieën. Dat is voldoende om mee te werken. Te veel eigenschappen of te veel dieren zouden tot verwarring leiden.

Het woordje 'ax' geeft de mogelijkheid aan die een mens heeft om tot een relationele 'actie' over te gaan. Het is een geheel van vaardigheden die een mens kan gebruiken om 'goed' te functioneren. Een goed functionerende mens slaagt erin in elke situatie vanuit de juiste ax te handelen, te spreken. Bij een gezond handelen zal je dus van de ene ax naar de andere overstappen. Wie erin slaagt in alle axen zeer stabiel te verblijven, zal een sterke persoonlijkheid ontwikkelen. Het kan echter zijn dat je in je functioneren merkt dat je een bepaalde ax 'overdrijft'. Dan zal je deze moeten aanpassen.

Belangrijk is te proberen elke ax ‘positief’ te bekijken. Je moet de kinderen dus leren positief in de ax te staan door ze bijvoorbeeld uit te dagen om leiding te nemen, aan te nemen, mogen twijfelen, mogen verzet aantekenen, mogen kritiek geven. Elk kind heeft zijn eigen sterke axen. Het is goed dat kinderen die van zichzelf kennen. Elk kind heeft ook zijn zwakkere axen. Het is goed dat kinderen die leren aanvaarden en trachten bij te sturen.

 

Opbouwende en destructieve vormen van axen

Elke ax kan een afbrekende of destructieve uitwerking hebben. Dan is ze krampachtig, onvrij makend, dwingend, overmatig herhaald. Die ax maakt de interactie moeilijk en breekt ze af.

Als een ax zich duidelijk uit met kwaliteit, helderheid en respect voor de ander, dan is zij constructief of opbouwend en maakt ze de relatie beter en eerlijker. Elke ax kan dus opbouwend en deugddoend zijn. Zij is duidelijk waarneembaar, efficiënt, goed gevormd, snel herkenbaar, congruent, krachtig. Die ax zorgt er voor dat er goede en opbouwende relaties ontstaan en onderhouden worden.

 

 

 

 

De dieren en hun kenmerken

 Elk dier wordt gekenmerkt door een basishouding. Deze basishouding kan men in één woord samenvatten. Ter illustratie enkele voorbeelden uit het schoolleven.

 

 

1 Zich presenteren (de pauw biedt aan)

Joke vertelt over haar hobby's en haar vakantieplannen tijdens een kringgesprek. Koen stapt   niet gemakkelijk naar anderen toe en legt niet gemakkelijk contacten.

 

2 Opkijken, waarderen (de wasbeer neemt aan)
Leen nodigt regelmatig vriendinnetjes thuis uit. Wannes vertelt met veel lof over zijn opa.

 

3 Zorgen (de bever biedt aan of geeft)

Op het einde van de muzoles helpt Hanne spontaan bij het opruimen. De leerkracht moet Toon af en toe een beetje afremmen, zo niet zou hij alles weggeven.

 

4 Genieten ( de poes neemt aan of vraagt)

Peter houdt van knuffelen tijdens de les beweging.  Wanneer Pol een geschenkje krijgt, geniet hij er zichtbaar van. Noortje  zit er niet mee in om hulp te vragen.als hij iets niet kan.

  

5 Leiden (de leeuw biedt aan of geeft)
Karen geeft vaak uitleg aan wie een opdracht niet begrijpt. Heleen neemt de leiding bij een groepsopdracht. Bert is eerder te bazig.

 

 6 Volgen (de kameel neemt aan of vraagt)
Plichtsgetrouw en gehoorzaam voert Arne de opdracht. Eveline stelt regelmatig vragen tijdens een les wereldoriëntatie. Soms overdrijft ze hierin wel wat.

 

7 Houden (de uil houdt)

Jan speelt graag alleen.  Tim kan goed een geheim bewaren.  Els vertelt niets over haar familie.

 8 Lossen (de schildpad lost)
Leen laat zich gemakkelijk pesten. In plaats van zich te verdedigen begint ze te huilen. Tine haakt af wanneer een lesinhoud haar niet langer boeit. 

 


9 Aanvechten (de havik  vecht aan )
Karel geeft Monica een rustige duw: hij wil ook een plaats in de kring.  Katrien wijst op een fout op het bord.

 

10 Weerstaan (steenbok weerstaat)

Vicky laat niet toe dat Kris haar een kus geeft.  Anton weigert een huistaak te maken.

 

 

 

 

Diersymbolen

Om met kinderen over de verschillende relatiewijzen te kunnen spreken, gebruikt men diersymbolen. Ze bieden het voordeel dat ze gemakkelijker te verstaan zijn door jonge kinderen en dat het gebruik ervan volwassenen en kinderen een woordenschat aanreikt om sociale relaties bespreekbaar te maken. De drempelvrees om over jezelf te praten is dan veel minder groot omdat de kinderen zo'n vergelijking niet aanvoelen als een rechtstreekse evaluatie van hun eigen functioneren. Bovendien stimuleert het thema "dieren" hen omdat het aansluit bij hun belevingswereld.

Leerlingen kunnen makkelijk zelf de axenroos  "zien" en toepassen wanneer het hen op een eenvoudige, concrete, beeldende manier wordt bijgebracht. Elk totemdier symboliseert een bepaalde ax.

 

 

Bij de jonge kinderen spreken we van een ‘goedgemutst’ of een ‘slechtgemutsts’ dier. Daarbij valt op dat elke relatiewijze opbouwend kan zijn, op voorwaarde dat zij de anderen respecteert en open staat voor hun reactie.

© 2017 Vrije Basisschool Elversele.