Sociale vaardigenheden als leeroverschrijdende eindtermen.

Niet alleen op school maar ook op gezins- en leefniveau is er een noodzaak aan sociale vaardigheden. Tot dit besluit kwam ook de Vlaamse Gemeenschap waarop ze in het onderwijs ruimte voorzag om de kinderen in sociale vaardigheden en relatiebekwaamheid te begeleiden. Sociale vaardigheidstraining is dus niet alleen interessant voor het kind, het is ook wettelijk verplicht en wordt  omschreven onder de ‘vakoverschrijdende’ eindtermen.

 

De nadruk ligt hierbij op drie domeinen: het hanteren van een gepaste relatiewijze, zich bekwamen in het communiceren met anderen en het leren samenwerken met anderen.

 

 

UIL: Ik stel me bescheiden op en houd me op de achtergrond

 De leerlingen kunnen:

  • Zich op de achtergrond of afzijdig houden.
  • Geen roddel rondstrooien.
  • Het vertrouwen van een ander niet beschamen.
  • Het leiderschap aan iemand anders laten i.p.v. zelf leider te willen zijn
  •  Zich onpartijdig opstellen

  

 

STEENBOK: Ik kan mezelf verdedigen op aanvaardbare wijze

 De leerlingen kunnen:

  •  Woorden vinden om zich weerbaar op te stellen, onder meer tegen plagerijen en pesterijen.
  • Zich niet iets laten ontfutselen of afnemen.
  • Hun rechten doen respecteren.
  • Weerstaan aan ‘verleidingen’ die hun welzijn negatief beïnvloeden

  

 BEVER: Ik kan zorg opbrengen voor iets of iemand anders.

 

De leerlingen kunnen:

  • Dienstbaarheid betuigen, bvb.:

o   Een ander in moeilijkheden bijstaan.

o   Helpen als anderen iets of elkaar niet begrijpen.

o   Bereid zijn een schrift, boek of gerei uit te lenen.

o   Anderen helpen bij het opruimen.

  • Bedacht zijn om bij te dragen tot de leniging van maatschappelijke noden.
  •  Op een adequate wijze de verdediging op zich nemen van zwakkeren die zich niet weten te handhaven.
  • Zorgzaam omgaan met eigen of andermans kledij, schoolgerei…
  • Zorg dragen voor de netheid van speelpleinen, lokalen, ruimtes, andere voorzieningen…

 

 POES: Ik kan hulp vragen en zorg aanvaarden

De leerlingen kunnen:

  • Iemands hulp inroepen.
  • Opkomen voor eigen wensen.
  • Zich laten helpen.
  • Genieten van hetgeen hen geboden wordt.
  • Dankbaarheid tonen voor wat ze krijgen.
  • Beleefdheid tonen bij het vragen.

  

(BEVER en POES zijn complementair; ze staan in relatie tot elkaar)

 

SCHILDPAD: Ik kan ongelijk of onmacht toegeven, kritiek verdragen en eruit leren

De leerlingen kunnen:

  • De eigen onkunde of mislukking toegeven zonder valse excuses.
  • Zeggen wat ze niet begrepen hebben, wat ze niet weten of waaraan ze twijfelen.
  • Eigen onkunde bekijken als een kans om te leren.
  • Zich verontschuldigen na een begane fout, gevecht, ruzie,…
  • Kritiek beluisteren, eventueel aanvaarden.

 

PAUW: Ik stel me op gepaste wijze aan anderen voor.

De leerlingen kunnen:

  •  Zich voorstellen ‘met naam’ in groep.
  • Naar anderen toestappen en contact leggen.
  • Binnen de klasgroep naar voren treden.
  • Een eigen mening onder woorden brengen.
  • In ik – termen spreken.
  • Het woord nemen in een groepsgesprek.
  • T.o.v. anderen verwoorden wat men waarneemt, zich voorstelt, zich herinnert.
  • Spontaan iets van zichzelf vertellen.

 

WASBEER: Ik ben beleefd en respectvol in omgang met lln., lkr., ouders,…

 De leerlingen kunnen:

  • Elementaire vormen van beleefdheid hanteren, bvb.:

o   De ander laten uitspreken en niet onnodig in de rede vallen.

o   Een ander eens laten voorgaan. De ander diens recht op ruimte geven.

  • De ander een evenwichtig deel van de beschikbare ruimte geven.
  • Een ander naar zijn/haar mening vragen.
  • Hun waardering uiten.
  • Bij gelegenheid de ander eens een pluimpje geven.
  • Een ander aanmoedigen, een schouderklopje geven.

 

(PAUW en WASBEER zijn complementair: ze staan in relatie tot elkaar)

 

 LEEUW: Ik kan de leiding nemen

 (LEEUW en KAMEEL zijn complementair: ze staan in relatie tot elkaar)

De leerlingen kunnen:

  • Een voorstel naar voren brengen.
  • In een taaksituatie tonen of zeggen wat anderen moeten doen.
  • Verslag uitbrengen over een taakgroep.
  •  In een kringgesprek een initiatief voor een gespreksonderwerp verwoorden.
  • Verantwoordelijkheid voor een groepstaak op zich nemen.

 

 

KAMEEL: Ik kan leiderschap aanvaarden en spontaan meewerken

 

De leerlingen kunnen:

  • Het leiderschap van een klasgenoot aanvaarden.
  • Regels en afspraken nakomen.
  • Leren samenwerken in de klas.
  • Met inzet meespelen in een ploegspel.
  • Instemming betonen.

 

 

 

HAVIK: Ik kan mijn eigen kritische mening vormen en deze gepast formuleren

 

De leerlingen kunnen:

  • Kritisch een situatie waarnemen en zo verwoorden dat ze bespreekbaar wordt.
  • Een medeleerling(e) confronteren met het effect van zijn/haar gedrag.
  • Op beleefde wijze onder woorden brengen t.o.v. ouderen wat zij denken dat zij verkeerd doen.
  • Kritisch nadenken over bepaalde maatschappelijke problemen.
© 2017 Vrije Basisschool Elversele.